Het werk van Rossella Biscotti onderzoekt vergeten of niet-getraceerde gebeurtenissen die de ontwikkeling en beleving van veranderende waardesystemen kunnen onthullen. De kunstenaar is geïnteresseerd in de constitutie van wezens met gevoel (met andere woorden, wezens die pijn kunnen voelen) zoals ze zijn en niet alleen zoals ze kunnen worden waargenomen, door middel van beschrijving, sculptuur, afbeeldingen, maar ook door gebruik te maken van andere genres en materialen. Hiermee richt ze haar aandacht vooral op het onthullen van individuele verhalen. Deze verhalen komen niet alleen voort uit mondelinge geschiedenissen, maar ook uit haar technisch-, archief- en veldonderzoek. Dit onderzoek voert zij uit op plekken die historisch gezien zijn uitgeput door verschillende vormen van mijnbouw, uitbuiting en opsluiting.

Biscotti’s tentoonstelling bij Witte de With concentreert zich op het meest recente onderzoek van de kunstenaar. Dit onderzoek gaat over de gedwongen verplaatsing en uitbuiting van lichamen - mens en dier - tijdens de Nederlandse koloniale periode in Zuidoost-Azië, en de export van planten aan het beging van de twintigste eeuw. Deze verplaatsing spoort ze op door middel van echte en fictieve verslagen.

Een eerder werk dat ook voortkomt uit haar al langer bestaande en doorlopende onderzoek is Clara (2016). In dit werk is een beroemde achttiende-eeuwse vrouwelijke Indiase neushoorn genaamd Clara, Biscotti’s hoofdrolspeler. Clara is naar Nederland gebracht door een kapitein van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Omdat de neushoorn als exotisch werd verondersteld, trok de neushoorn zeventien jaar lang door Europa, om daar uiteindelijk ook te sterven. Het werk van Biscotti gaf letterlijk gewicht aan het schepsel als onderwerp, in plaats van aan haar schouwspel. Clara is opnieuw een onderwerp dat Biscotti verkent voor haar tentoonstelling bij Witte de With. Dit keer voornamelijk vanwege het onderzoek van de kunstenaar in de VOC-archieven, het doorzoeken van de logboeken en het noteren van de niet-geregistreerde inventarissen die met de verplaatsing van Clara gepaard gingen.

De kunstenaar neemt ook andere boeken in beschouwing als basis voor haar nieuwe werk. Eén daarvan is de vierdelige roman The Buru Quartet van de veelgeprezen Indonesische auteur Pramoedya Ananta Toer. Hieruit creëert ze werk geïnspireerd door vijf van zijn personages. Eén van de werken is gebaseerd op het leven van Surati, die zichzelf vrijwillig infecteert met de pokken in een poging om aan onderwerping als concubine te ontsnappen ten tijde van het Nederlandse kolonialisme. Op dezelfde manier bekijkt Biscotti de export van de lijk bloemen rafflesia en amorphophallus titanium. Als onderdeel van een experiment werd de laatste geplant in Bogor Botanical Gardens (toen nog een Nederlandse naam, Buitenzorg) in Indonesië, voor export naar Engeland, Nederland en Italië; tot op de dag van vandaag is het te vinden in de botanische tuin van Leiden en op andere locaties over de hele wereld.

Rossella Biscotti, nieuw werk bij Witte de With presenteert een selectie van deze werken. De neushoorn Clara, de verhalen van vijf vrouwen en de twee soorten lijk bloemen: de kunstenaar maakt van deze voorbeelden van gedwongen migratie weloverwogen portretten, hoe onbevangen, abstract en lyrisch ook. Wisselend tussen fictie en realiteit, beschouwt Biscotti deze verhalen van ontheemding als vormen van gebeurtenissen.

—Ondersteund door

AMMODO, La Quadriennale di Roma